Home / Open source / Podcasts / Klaar voor de toekomst met de Young Talent Crew

Klaar voor de toekomst met de Young Talent Crew

Gastsprekers
Nienke Groenewegen, Emiel van Druten
Team dutch process innovators
Philine Goldhohm, Esmée Schuszler

CoBouw Talents
Hey jij, fijn dat je luistert naar de podcast van Dutch Process Innovators. Wij zijn het advies- en projectbureau voor de bouw, infra, energie en industrie en richten ons op alle processen die nodig zijn om een project succesvol te realiseren en te onderhouden. Zodat veiligheid, mobiliteit en kwaliteit van leven in Nederland toeneemt.

Dat alles doen we samen met onze klanten en opdrachtgevers. Met de smaal en een gegarandeerd resultaat. Want die dynamiek is de motor voor succes.

De toekomstvisie van drie jonge bouwtalenten
Maar er komt het moment dat elk klein kind van vijf weet dat een kunstwerk niet in een museum hangt, maar dat het gewoon buiten... En dat het op een secundariële lader hangt. Precies, en als je ouders vragen, dek de tafel, dat ze dan een ROW-bestekker bij je pakken. Vandaag zit ik aan tafel met aanstormend talent in de bouwsector.

Gedreven, creatieve, maar ook realistische en oplossingsgerichte sprekers. Duizendpoten met leiderschapspotentieel en met een duidelijke visie op de toekomst van de bouwsector. Dat zijn namelijk de criteria waar je aan moet voldoen om geselecteerd te worden als Cobouw Young Talent.

Welkom, Nienke. Yes. Welkom Emiel.

Hallo. En welkom Feline. Hey.

Mag ik jou wel weer Pien noemen, Pien? Vooruit, nog een keertje. Dankjewel. Superleuk dat jullie er zijn.

Want november 2022 waren de uitreikingen van de Cobouw Awards. En daar stonden jullie als top drie op het podium. Wauw, echt supergoed gedaan.

Vandaag gaan we er verder op in. Jullie visie op de toekomst op het gebied van diversiteit, digitalisering en duurzaamheid. We starten met het begin.

Waarom kiezen voor de bouw?
Want de vraag is ook, waarom werken jullie eigenlijk in de bouw? Nienke, waarom werk je eigenlijk in de bouw? Waarom werk ik eigenlijk in de bouw? Ja, goeie vraag. Het was niet mijn aangeboren passie. Dus niet vanaf kleins af aan dat ik hiermee bezig was.

Ik kwam er eigenlijk vrij laat mee. Ik heb eigenlijk pas tijdens de, hoe heet dat in de vijfde klas? Dat je met zo'n studiebegeleider op pad gaat. O ja.

Daar eigenlijk pas de bouw ontdekt. Ik kende het gewoon niet. Het is een beetje onbemint.

Niet in je familie? Ja, onbekend maakt onbemint. Nee. O, oké.

Dus toen ben ik naar een open dag geweest. En toen was ik eigenlijk meteen verkocht. Nice.

En wat maakt dan dat je meteen verkocht bent? Ik zie Emiel een beetje lachen. Pien ook trouwens. Ja, gewoon je denkt nooit na als je met je ouders in de auto zit.

En je rijdt onder een viaduct of over een weg of langs een gebouw. Nou, dat is er. Punt.

Ja. Je weet niet eens hoe het heet waarschijnlijk. Nee, ook dat niet.

Kunstwerk? Hoe bedoel ik kunstwerk? We zijn toch niet in een museum? Ja, precies dat. Nee, maar pas als je dan echt gaat kijken van hoe wordt dat gemaakt. En een keer naar een bouwplaats toe gaat.

En kijkt hoe dat voorbereid wordt. En uitgetekend en uitgerekend. Dan ga je er eigenlijk pas over nadenken.

En dan, ja, het is een beetje Toys and Boys normaal. Kijk even naar jou. Maar als je die grote machine ziet, hoe die dat doen.

Ja, je moet natuurlijk wel een beetje techniek leuk vinden. Maar dan denk je echt, oh gaaf, hier wil ik meer van weten. Ja, gaaf.

Emiel, af en toe Toys and Boys. Toen keek Nienke naar jou. Herken je dat? Of waarom werk jij eigenlijk in de bouw? Ja, eigenlijk werk ik dus niet echt meer in de bouw.

Maar ik wist al wel altijd dat ik iets in de techniekhoek wou doen. En ik ben eigenlijk via studie in Delft, werktuigbouw, bachelor. En civiele techniek, waterbouw, master, wel een beetje in die hoek gekomen.

Ja, ik vond die switch naar civiel, omdat het toch inderdaad de grote machine is. En de grote projecten, dat vond ik wel echt tof. Maar iets wat ik ook altijd al wel gaaf vond, was energietransitie.

En wat dat eigenlijk gaat brengen. Dus ik ben via een afstudeerproject eigenlijk van civiel in energie gerold. Het ging toen over verduurzaming van gemalen.

En kan je die ook laten malen als het waait? En is dat dan goed voor de energietransitie? Of wil je misschien zelfs wel een zonnepark of een windmolen naast je gemaal zetten? En via het afstudeerproject bij Witteveen en Bos ben ik dus eigenlijk van die civiel-energietransitie gerold. En dat is eigenlijk ook wel toevallig het verhaal van Witteveen en Bos, hoe zij een beetje energietransitie gerold zijn. We zijn een ingenieurs- en adviesbureau, traditioneel in de civiele sector.

Van civiele techniek naar energietransitie
Dus weg- en waterbouw en ook gebouwde omgeving, bouwprojecten. Daar doen we of ontwerpwerk of advieswerk voor. En eigenlijk in al die sectoren waar wij actief zijn, is nu ook energietransitie een onderwerp.

En zijn dat eerst kleine groepjes die zich daarin zijn gaan verdiepen van wat betekent energietransitie voor mobiliteit en infrastructuur? Wat betekent het voor waterschappen? Wat betekent het voor infraprojecten? En zo zijn er dus allemaal groepjes opgepopt en ik zit in één van die groepjes. Dat was in de gebouwde omgeving en dat was toen een groep van vijf man, vijf jaar, zes jaar geleden. En nu zijn we met z'n vijftigen en doen we energietransitie.

Dus dat is wel heel tof. Ja, en ook fijn dat je al een soort van definitie geeft aan de energietransitie. Want we hebben het vaak over containerbegrip en hoe ziet jouw container dan uit? Jouw container ziet eruit met een... Zullen we dat eens opschrijven? Ja, kijk, energietransitie is natuurlijk een hele grote opgave en denken heel veel mensen aan zonne- en windmolens.

Maar er is ook gewoon een transitie, of je het nou energietransitie of klimaattransitie of bouwtransitie noemt. Maar we moeten gewoon met z'n allen verduurzamen, ook in de bouwsector. En dat vind ik op zich wel leuk.

Witteveen en Bos heeft dan nu een nieuw klimaatbeleid waarin we zeggen van... In 2040 moeten alle projecten waar wij aan meewerken, waar we voor ontwerpen, gewoon klimaatneutraal opgeleverd worden. En dat betekent dus ook dat alle echt civiele groepen moeten gaan nadenken over... Hé, wij gebruiken staal, wij gebruiken beton. Hoe ga ik ervoor zorgen dat ik straks klimaatneutraal ontwerpen kan opleveren? Dus dat is wel echt wel tof.

Ja, helder. Nienke en Pien, ik zag jullie mooi meeknikken met Emiel. Laten we eerst even bij het begin beginnen, want we hebben het al over de energietransitie.

Maar we gaan eerst nog even kijken naar de achtergrond. Pien, waarom werk jij eigenlijk in de bouw? Ik ben eigenlijk de bouw ingerold een week van tevoren. Dat ik dacht, hé, ik ga civiel doen.

Want ik vind het toch wel leuk om iets in elkaar te zetten, om bruggen te bouwen. Dat wist ik dan nog wel, net te noemen. Vroeger altijd met lego bezig geweest, hutten bouwen, maar ook heel veel aan het tekenen.

En dat trok me initieel ook aan, aan civiel. Dat je ook nog wat op papier kon zetten. Een soort van tussen kunst en werk.

Precies, maar wel heel erg conceptueel. En vorige week sprak ik een klant en die zei... Goh, wat leuk wat jullie in Delft hebben geleerd, heel erg conceptueel denken. En ik kan alleen maar heel praktisch denken.

En ik ben jaloers op jou. Ik zou o zo graag een buis in de grond willen leggen en daar goed in zijn. Ik zou o zo graag iets in elkaar willen timmeren.

Hij zei, waarom doe je dat dan niet? Ik zei, nou ja... Je kan morgen beginnen hoor. Wel maar morgen. Toch merk ik dat het erover denken en nadenken over... Welke puzzel hebben we te leggen? Welke knoppen kunnen we aan draaien? Dat daar nu nog mijn kracht zit.

Denken én doen in de bouw
Ik ben gewoon jaloers op de mensen die het echt maken, die het echt doen. Maar met denken komen we ook al een eind. En de laatste jaren lukt dat doen ook steeds beter.

Omdat je steeds meer gevoel krijgt waar het om draait en hoe het in elkaar zit. En wat minder terughoudend bent. En als we het hebben over echt doen en aannemerij, Nienke, ik kijk gelijk naar jou.

Want jij werkt nu bij Van de Biggelaar. We hebben net gehoord van Emile Witteveenbos, energietransitie. Waar hou jij je voornamelijk mee bezig? Ik heb dus altijd bij een aannemer gewerkt.

Ik heb eerst 9 jaar bij Van Hattem en Blankenvoort gewerkt. Dus ook echt een aannemer in de civiele betonbouw. En nu bij Van de Biggelaar grond- en waterbouw.

Er zit veel raakvlak tussen die bedrijven. Maar het zijn in ieder geval beide aannemers die het echt buiten doen. Ik ben nu dus directeur, dus dan doe ik niet zo veel buiten.

Wat zei je? Wat? Doe jij? Ben jij bouwvrouw van volgend jaar? Wie weet, wie weet. Ik doe eigenlijk van alles. Ik heb hiervoor heel veel tendermanagement gedaan.

Dan zit je echt aan de voorkant van het traject. Dat noemen aannemers dan de voorkant. Want ik- en jongensbureaus, overheden, die zijn er dan al jaren mee bezig.

Als het bij de aannemer binnenkomt, is de tender de voorkant. Ja, precies. Want dat is wel grappig.

Want Emile, jij werkt dan bij Witteveenbos. Jij dan bij Van de Biggelaar. En DP en ik natuurlijk bij Disposites Innovators.

Ingenieurs, aannemers en adviseurs in één keten
Maar zijn jullie elkaar wel eens tegengekomen in het vakgebied? Want je hebt het over de voorkant en over ingenieursdiensten. Ja? Kijk, Van Hattem en Blankenvoort heeft een eigen engineeringsbureau. Maar vaak zit Witteveen en Bos bij de klant.

Soms worden ze ook ingehuurd door, bijvoorbeeld Volker Wessels, Van Hattem en Blankenvoort. Bij Van de Biggelaar hetzelfde. We zijn nu met een aanbesteding bezig waar wij Witteveen en Bos ingehuurd hebben.

Vervolgens gaan we een Envy-plan schrijven. Huren we vaak weer DP. Ja, precies.

Bijvoorbeeld. Of een andere partij. Maar ze kunnen ook bij de concurrent zitten.

Dat geldt voor zowel de Envy-schrijvers als de engineeringsbureaus. Maar ook bij de klant. Dus hoe dan ook kom je elkaar altijd tegen.

Ja, precies. Dit is wel grappig eigenlijk. Ik denk dat wij alle drie wel aan hetzelfde soort werk gewerkt hebben.

Namelijk grote infraprojecten, tenderschrijven, grote gemaalrenovaties. Hoe ga je daar nou een winnend plan voor maken? Qua ontwerp en hoe ga je het uitvoeren? En ik vind het wel leuk dat er steeds meer... Dus niet alleen maar is van hoe maak je het beste ontwerp. Dat gewoon een goed ontwerp is.

Dat is ook echt heel belangrijk. Maar de overheid kan heel erg met goede Envy-criteria sturen op. Ik wil iets hebben dat duurzaam is.

Of ik wil iets hebben dat klimaatadaptief is. En ik vind het wel tof dat ze daar gebruik van maken. Wij als Slimme Koppen proberen daar ook goed op in te spelen in zo'n tender en ontwerp.

Ja, helder. En de vraag is dan altijd wel hoeveel ruimte je nog hebt. Op het moment dat iets op de markt komt is natuurlijk al heel veel bedacht.

Er is ook heel veel nog niet bedacht. En de vraag is altijd nog wat is de speelruimte waar je nog echt het verschil kan maken. Op duurzaamheid of op slim ontwerpen of wat dan ook.

Diversiteit als sectoropgave
Ja, want klimaatadaptie en duurzaamheid zijn nu al meermaals aan het bot gekomen. Maar Pien, wat zie jij nog meer als uitdaging binnen het vakgebied? Digitalisering. Oh ja? En diversiteit.

Even zonder dollen. Ik denk klimaatadaptatie is echt het meest voorkomende thema nu in mijn werk dan. Maar als je kijkt naar het vraagstuk arbeidstekort op de arbeidsmarkt.

En tegelijkertijd de steeds sprangende vraag om een diverser bestand aan medewerkers, aan mensen. Dan denk ik dat diversiteit wel een onderwerp is, een uitdaging voor nu. En wat divers dan? Want soms hebben mensen blond haar, bruin haar.

Nou ook dat. Eigenlijk zie ik afgelopen weken artikelen op de Kobo. Of publicaties van er is zoveel symposium geweest of kennisdeling.

En dan zie ik over het algemeen niets ten nadelen van de blanke man. Maar alleen maar mannen die ook al enige leeftijd bereikt hebben. Fijn dat je er als jonge vent bij zit Emiel.

Wat is je vraag ook alweer? We hadden het over uitdagingen. En Nieke jij wilde wat zeggen. Ja diversiteit is wat dat betreft best wel breed.

Het gaat natuurlijk over man vrouw is vaak het eerste waar je aan denkt bij diversiteit. En ik denk dat vooral bij de aannemers het aantal vrouwen heel beperkt is. Maar het gaat ook over de combinatie van jong talent met wat meer ouder maar zo te zeggen.

Het zijn ervaren medewerkers. Vooral buiten de CAO'ers hebben we heel veel ouder ervaren mensen. Waar weinig jongen aan was.

Die het een beetje van elkaar kunnen leren. Maar ook qua multiculturele samenleving zit in de aannemerij nou niet echt een afspiegeling van Nederland vind ik. En niet in de vind ik de hogere segmenten.

Daar zeker niet. Dus het is niet alleen man vrouw. Het is echt wel breder dan dat.

Het is echt gewoon die afspiegeling van de samenleving. Dus ook qua leeftijd. Qua culture.

Ik denk ook wel echt dat het echt belangrijk is. Want als je merkt dat je in een project zit wat wel gewoon een divers projectteam is. Dan merk je ook dat iedereen gewoon andere invalshoeken heeft.

En dat het echt een project verder kan helpen. Dus als je met tien gasten zit die allemaal hetzelfde denken en dezelfde opleiding hebben gedaan. Dan ga je ook alleen maar tien keer met hetzelfde idee komen.

Het brengt je project dus ook gewoon niet verder. Dus ik denk dat het echt wel belangrijk is. En iets wat ik wel benieuwd ben en wat ik aan jullie wou vragen over diversiteit is.

Een diverser team begint bij de vraag waarom
Bij Witteveen en Bos hebben we nu recent in ieder geval mijn groep een reshuffle gedaan. En we hebben nu een nieuw groepje energie systeemstudies. En we zitten dus met ik geloof acht tot tien gasten.

En geen vrouw. Ik vind dat wel stom. Dus ik heb gezegd eigenlijk moeten we gaan zorgen dat we een vrouw of vrouwen in ons team krijgen.

Er zijn intern wel een paar vrouwen op dit thema. Maar die zitten al in andere groepen. Dus zou je vacature moeten gaan zetten.

Maar zou je nou een vacature kunnen zetten waar je bewust zegt van ik zoek een vrouw. Of komt dat dan juist heel stom over. Of hoe, laat maar zeggen, zet je een vacature voor eigenlijk wil ik een vrouw in mijn team.

Emiel, wat is de reden dat jij graag een vrouw in het team wil hebben? Eigenlijk dus niet per se dat het een vrouw moet zijn. Maar wel iets diverser dan die teamgasten die allemaal een soort gelijke studie hebben gedaan. En hetzelfde denken.

Maar dan zou ik bijna zeggen van joh, het doel waarom jij een vrouw in het team wil. Of die diversiteit wat brengt dat. Zet dat in je vacature tekst.

En dan durf ik je echt honderd procent zeker te zeggen dat daar een vrouw op solliciteert. En hoe zou je dat kunnen omschrijven dan? Ja, dat is een goeie. Welkom bij de podcast vacature schrijven.

Ik ben tegen positieve discriminatie. Als je zegt van joh, een bedrijf, we moeten hem quoten. Dan moet nu die functie een vrouw.

Elke vrouw die er gaat komen, denkt iedereen. Oh ja, ze zit er omdat ze vrouw is. Ik denk wel dat je iemand op zijn kunnen moet beoordelen.

Maar je kan wel inderdaad zeggen van joh, we zijn al met die mensen. We zoeken versterking. Ja, want Winke, jij bent nu directeur natuurlijk.

Hoe zou jij zo'n vacature plaatsen? Want zijn jullie ook echt op zoek naar meer vrouwen? Nou, ik ben al drie hele weken directeur. Dus ik kan er een hele goeie visie op geven. Maar ik merk wel, er werken best wel wat vrouwen.

Maar die zitten veel al in de ondersteunende functies en kantoorfuncties. En weinig op de bouwplaats. Dat is gewoon zo.

Nou, toevallig hoorde ik Pien net zeggen... Ja, bouwen met vrouwen. Oh ja, maar wilde jij niet een... Ja, ook oprecht. Winke, deal bij deze.

Ik kom graag een keer kijken en doen. Kijken, je wou doen. Je moet toch eerst kijken op de baan en dan doen.

Ja, dat is waar. Je moet eerst kijken en weten wat je mag doen. Rob, ik ga DPI verlaten.

Ik heb het er net over gekocht. Jij gaat stage lopen, toch? Ja, zeker. Oké, sorry.

Techniek zichtbaar maken vanaf de basisschool
Ik ga door met je verhaal. Het begint wel al met jonge mensen enthousiast maken. Kijk, op de universiteit in Delft zaten bij civiele techniek best wel wat vrouwen.

Nou, die kiezen weinig voor een aannemer, maar gaan wel... Nou, goed. Kijk, hier naast me links en rechts. Het vak in.

Het vak in, de sector in in ieder geval. Maar ik denk dat we sowieso... De aanwas van jonge mensen wordt steeds minder. En ook wel echt van vrouwen die gewoon buiten op een huisstelling willen zitten.

Zijn er gewoon niet. Maar ik denk dat heel veel meisjes er ook niet bekend mee zijn. Of niet denken, oh, dit kan ik ook als een meisje.

Dit werk ik heel erg met je eens. En wat we nu met bijvoorbeeld Bouw in Nederland, zit ik bij. En ik zit in de taakgroep onderwijs.

Zijn we echt aan het kijken hoe gaan we op scholen kinderen enthousiast maken. Dus op Technasium een opdracht neerleggen die dan het Technasium kan doen. En proeflessen geven.

We gaan binnenkort op zo'n festival staan. Wat is voor mensen die gaan hun studiekeuze moeten maken. Maar eigenlijk ben je er al te laat.

Want dan heb je... Nou, dat is ook goed, hè. Maar dan heb je al de mensen die het profiel hebben gekozen om iets in deze richting te doen. Maar je moet ook eigenlijk bij basisscholen gaan aanhaken.

Emile, ik zie jou lachen. Nou, ik vroeg mij dus af. Want ik heb dus vroeger bijvoorbeeld heel veel met Lego en Knex gespeeld.

En dat is typisch jongensspeelgoed. Maar volgens mij begint het eigenlijk daar al. Als je dat heel erg brandt.

Lego, Knex en de vroege beeldvorming
Nee, maar ik geloof dat jullie met Knex en Lego gespeeld hebben. Maar begint het niet eigenlijk daar al. Dat dat soort technisch speelgoed heel erg als jongensspeelgoed gebrand wordt.

En als je dat wat meer los zou laten. Dat het dan misschien al daar al goed gaat. In die preselectie voor de technieksector.

Of is dat een beetje te ver gedacht? Te ver gedacht, ja. Ja, of juist niet, ja. Weet ik niet.

Wat ik me wel afvraag is. Goh, hoe zou de wereld er dan over een aantal jaar uitzien? Want je ziet dat gender in general wat minder uitmaakt. Gaat maken.

Ja. De komende jaren. Dat verwacht ik wel met de nieuwe generatie.

Maar de vraag is. Hoe ver seipelt dat door met. Speel ik wel of niet met een pop of met Knex.

En daarnaast. We gaan steeds digitaler werken. En wat heeft dat voor invloed op.

Nou ja, wat jij ook al aangeeft. Zie je dan nog steeds dat onderscheid. Tussen waar de meisjes voor kiezen.

En waar de jongens voor kiezen. Ja. Ik moest dan denken aan.

Ik heb een keer een marketingvak gevolgd. En daarin zeiden ze ook. Waarom zijn speelgoedwinkels altijd zo kleurrijk? Waarom zijn speelgoedwinkels eigenlijk zo kleurrijk? Om juist kinderen naar binnen te lokken.

En dat ze tegen hun ouders zeggen. Ja, dit wil ik hebben. Want ik heb mooie kleurtjes.

Etcetera. En daarbij is het natuurlijk ook met Lego. En dat soort dingen.

Vaak is het dan blauw of rood. En voor de meisjes is alles dan roze. En als je het dan hebt over de verandering.

Kijk, je wilt niet een speelgoedwinkel grijs gaan maken. En alle Lego blokjes stomme kleuren. Weet je wel.

Maar als je het hebt over echt verandering. Dan denk ik. Ik ben best wel benieuwd hoe zo'n speelgoedwinkel er dan over.

Weet ik veel. Twintig jaar uit. Die.

Snap je wat ik bedoel? Ja, je hebt dus bijvoorbeeld al bijna geen roze Lego en Knex. Dat is eigenlijk al gek. Want roze voor meisjes.

En daarmee dus Knex en Lego. Ja, je hebt wel Lego voor meisjes. Maar dat is dan vaak met van die prinsesjes.

En dan gaat het over. Welke jurkje heeft het poppetje aan. En minder over.

Hoe bouw ik nou het vetste kasteel. Wat weet jij dat goed, Emiel. Hoe bouw je nou echt een goede kademuur voor je kasteel.

Ja, dat is wel je eigen inderdaad. Allright. Maar als we het dan hebben over uitdagingen binnen je vakgebied.

Emiel, je hebt het al meerdere keren gehad over klimaat, adaptie en duurzaamheid. Maar wat zie jij echt als. Wat is jouw aanpak op zowel.

Of op diversiteit, digitalisering of duurzaamheid. Waar hou jij je mee bezig. En welke impact wil je maken.

Duurzaamheid vertalen naar ontwerpprincipes
Ja, goede vraag, dank je. Ik denk dat een uitdaging is die voor energietransitie wel speelt. Is een stukje integraliteit.

Dus dat is zowel naar de integraliteit toe van de energietransitie binnen de klimaattransitie. Binnen de bouwtransitie. En dat dus die verschillende sectoren elkaar beter gaan snappen.

En op elkaar aan gaan sluiten. Maar dat is ook, laat me zeggen, naar beneden toe. Dat als je bijvoorbeeld bij Witteveen en Bos allemaal civiele projecten hebt.

Dat die mensen ook gewoon gaan snappen van wat betekent nou duurzaamheid voor mijn project. En hoe ga ik nou duurzaam ontwerpen. En dat is echt best wel heel lastig om dat vorm te geven.

We hebben daar wel dingen voor geprobeerd. Je hebt bijvoorbeeld die Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Maar goed, die zijn best wel abstract.

En als je zegt, nou die ga ik toepassen in mijn project. Oké, wat ga je dan doen? Dus goed, wij hebben toen een gegeven moment bedacht om die te vertalen naar duurzame ontwerpprincipes. Die je kan toepassen in je project.

En dat zijn een lijst met principes. Zoals Trias 1 en GTK is er eentje. Van bespaar, gebruik duurzame bronnen.

En als het echt niet anders kan, eindige bronnen efficiënt gebruiken. Maar bijvoorbeeld circulair ontwerpen of adaptief ontwerpen. Zodat je je ontwerp als de condities veranderen later nog kan aanpassen.

En dat zijn dan iets pasbare handvatten. Die je gewoon voor elk project of tender waar je mee bezig bent kan checken. Is dit van toepassing? Wat zou dat betekenen als ik dit ontwerp nu adaptief ga maken? Dus dat zijn bijvoorbeeld handvatten waar wij dan aan denken.

Hoe kun je die duurzaamheid meer ook bij de mensen die niet per se daar een achtergrond in hebben brengen. Helder. En als je Lego voor jongens en meisjes moet maken? Duurzaam, duurzaam.

Wij hebben die zo goed over nagedacht. Ik denk dat het gewoon. Eigenlijk is de fysieke wereld.

Gebouwen, bruggen en zo. Dat is gewoon sowieso al vet. En ik snap niet waarom dat voor jongens of voor meisjes moet zijn.

Dus ik denk dat je daarbij gewoon de uitdagingen van vandaag daar Lego pakketjes van maakt. Dat kinderen dat juist heel leuk zouden vinden. Eigenlijk is het toppunt van adaptiviteit gewoon Lego.

Maar goed, dat is het hele thema. Legoliseren. Als je alles voor jongetjes zou maken, dan kan je het oneindig hergebruiken.

Zo. Niets je de fantasie hebt. Kom je toch weer terug bij kinderen.

Dat is allemaal afgeleerd. Ja, eigenlijk wel. Want Pien, als we het hebben over je aanpak en je uitdagen binnen je vakgebied.

Ja, het is echt een super open vraag. Maar hoe zou jij hem daarbij nu invullen? Nou, ik zie veel parallellen met Emiel. Ik krijg ook wel storen.

Nou, in een ver verleden kreeg ik wel de storen van nou, dat is lekker abstract. Leuk idee. Hoe gaan we dat nu doen? En ik denk dat mijn grootste uitdaging zit in juist van allerlei principes die er worden bedacht.

Niet ontwerpprincipes, maar hogerop abstract doelen. Dat die überhaupt bij iedereen bekend zijn. Dat we daar met elkaar naartoe bewegen.

Maar ook dat je duidelijk maakt van joh, hoe zien wij dat zelf voor ons? Kunnen we nadenken over hoe we dat gaan bereiken? En dat vraagt om kleine stapjes. Dus eigenlijk, welk vraagstuk dan ook maar. Duidelijk doel van wat we willen bereiken.

En de stapjes ernaartoe zetten. En daar heel veel geduld in hebben. Ja, dat heeft wel een goede overlap met de principes hangen aan de sustainable goals.

Had je het in het bijzonder over een thema of meer in... Dit is een beetje algemeen. Eigen interpretatie, dat is soms ook belangrijk. Als we het hebben over eigen interpretatie.

Nienke, ik zie je af en toe lachen. We hadden het net over de verschillende aanpakken van Emiel en Pien. Wat is jouw aanpak eigenlijk? Nu je al drie maanden directrice bent.

Aanpak waarop bedoel je? Dat is ook totaal... Ja, jij stelt het wel al even goed. Ja, dat is heel goed. We hadden het net over... Kiezen een thema zou ik zeggen.

Ja, kiezen een thema. Dan gaan we door op duurzaamheid. We hebben het over abstractieniveau en sustainable development goals.

De grootste duurzame keuzes vallen vroeg
Ik heb dus altijd bij een aannemer gewerkt. Op het moment dat iets bij een aannemer komt, zit je al heel ver in een traject. En natuurlijk, een aannemer heeft heel veel invloed op duurzaamheid.

Als aannemer, je werkt voor heel veel verschillende opdrachtgevers. We begonnen het hele gesprek met containerbegrip. Nou, er is niks zo'n groot containerbegrip als duurzaamheid.

De ene opdrachtgever heeft het over CO2-reductie. De andere heeft het over grondstoffenbesparing. Een andere heeft het over hergebruik.

Weer een andere heeft het over SOE. Social Return on Investment. Het is altijd de vraag, voor welke opdrachtgever ga je wat doen? Waar ga ik in investeren? Het is al best wel afgekaderd wat er gebouwd moet worden.

Het conceptueel denken, gaan we met een brug of een tunnel, zit er vaak niet meer in. Het moet een brug, hier staan de landhoofden, het moet van beton zijn, het moet zo breed, er moet dit type asfalt op. Want er zit ook een onderhoudsgroep bij een opdrachtgever die er al iets van gevonden heeft.

En tuurlijk kun je dan nog wel nadenken over hoe kan ik dat met elektrisch materieel doen, of hoe kan ik minder oproepingen gebruiken, dat soort dingen. Maar je zit wel in de marges. Ja, en je wordt gevraagd eigenlijk toekomst te denken.

Want je moet het voor de langere termijn goed aanleggen, zeg maar. En ook met duurzame materialen, blablabla. Maar dat traject heeft vaak al plaatsgevonden.

En dan moeten we niet zo zeggen dat aannemers, joh, alles is al vastgelegd, wij kunnen niks meer, wij kunnen zeker nog wel wat. Nee, maar het is optimaliseren in de marge. Wat er al gevraagd is.

Wat leuk wat je zegt inderdaad, in de fase wanneer jullie erbij komen, dan kun je dus al bepaalde keuzes niet meer maken. En juist hoe verder je naar de voorkant gaat in zo'n ontwerpproces, hoe groter eigenlijk je duurzaamheidsimpact is. Tenminste, dat begrijp ik van collega's die duurzaamheid en circulariteit doen bij infraprojecten.

Die zeggen van, eigenlijk moet je helemaal aan het begin, voordat je echt begint met zo'n project voor bijvoorbeeld een Rijkswaterstaat, afvragen van, wat is überhaupt de nut en de noodzaak van dit project? Als je dan geconcepteerd hebt, er moet iets komen. Oké, dan is het van inderdaad, wordt het een tunnel of wordt het een verdiepte weg? En daar zit al heel veel impact. En pas daarna komt inderdaad van, welke materialen ga je dan gebruiken? En kan je daar met andere materialen nog wat doen, wat bespaart? Maar het zit inderdaad helemaal aan de voorkant, de grootste impact.

En dan uiteindelijk het materieel. Via popot, kom op. Want ik zit te denken van, ja, goh, hoe kan dat nou anders? Nou, opschuiven in de keten, noem maar op.

Tegelijkertijd doet het me denken aan een project dat ik drie jaar geleden heb gedaan, Kill Tunnel in Dordrecht. En dat was echt, dat was een superbestek, was dat. Ja, dat stond eigenlijk al vast.

Maar één ding, vrij traditionele opdrachtgever, dachten wij toen er tijd, maar met een onwijze duurzaamheidspet op. En ik weet nog dat we in de aanbesteding dachten, nou, zoveel ligt al vast, welk verschil gaan we hier maken? Nou, dames en heren, luisteraars, ik daag jullie uit, ga naar die Kill Tunnel in Dordrecht, kijk naar... Je moet wel betalen. Ja, nee, je moet blijven staan.

In Nederland. Precies, inderdaad. Maar rij tot aan het tolplein, draai dan om.

Sorry, Pes. Dan kom je er ook nog een beetje geld te verdienen. Dat is echt een A, weet ik veel hoeveel, plus op duurzaamheidsgebied.

Ook binnen smalle marges kan veel veranderen
En dat was een bouwteam. En in het bouwteam is er nog zoveel gebeurd, zoveel overlegd, zoveel geschroefd en geschaafd aan een bestek. Dat in de ogen van de opdrachtgever toen er tijd voor 80% vast stond.

Dat in de ogen van de opdrachtnemer geen verdere potentie had dan wat ze dachten te realiseren. En toch is het gelukt. Dus het kan wel, maar er is ook heel veel bij komen kijken, maar de indruk die ik krijg is, we halen eigenlijk alle inspiratie en energie uit zo'n vraagstuk op het moment dat je weet, ik heb niet meer te kiezen.

Ik bevind me in heel korte marges, ik kan alleen nog maar investeren. Ik word geforceerd te investeren in iets wat minimale impact heeft. Maar waarmee ik wel de inschrijving win.

Dit is wel een voorbeeld van een renovatie van een tunnel die er al was. Ten eerste moet je je afvragen, moet er een tunnel komen? Dat was ook een beetje wat Emile net zei, dat je echt aan de voor-voor-voorkant al na gaat denken, is het überhaupt nut en noodzaak om dit project op de markt te brengen? Wij van Witteveen en Bos zitten soms samen met de aannemers te nadenken, hoe vullen we die tender in? Maar soms ook met Rijkswaterstaat, hoe stellen we die tender überhaupt op? En dan kan je inderdaad nadenken over de nut en noodzaak van zo'n project. En hoe ver ga je hem al afbaken? Ga je al zeggen, het moet een tunnel worden of een verdiepte weg? Of laat je dat ook nog vrij? Ik denk wel dat als je meer vrijheid geeft in aanbestedingen, dat je veel meer innovatie en creativiteit vanuit de aannemerij juist kan verwachten.

Maar het is ook spannend, want je weet niet wat je krijgt. En dat heeft ook een aanlooproute nodig, want we moeten ook uit een bepaald systeem stappen van we hebben de vrijheid om na te denken, om creatief te zijn. En hoe kijk je ernaar als de wereld wordt steeds dichter bebouwderd? We hebben een groot vervangingsvraagstuk.

Zie je dan voor je dat je een bepaald object in eerste instantie sloopt en dan helemaal opnieuw functioneel bouwt? Of hoe zie je dat dan voor je? Wil je duurzaamheid vergroten? Ja, ik denk ook hergebruik. Dat wel een optie is. Wij hebben volgens mij twee jaar terug een brug gedaan.

En die brug die heeft gewoon een heel wegdek, een heel brug bewegen, opklaarbare brug, gewoon een andere brug gewoon hergebruikt. Ja, dat kan wel als je maar creatief bent en je opdrachtgever dat toelaat. Ik kom ook weer terug bij lego.

De circulaire brug als legosysteem
Van de Hattem en Blankenvoort heeft een brug uit legoblokjes gemaakt die volledig te demonteren is. Met het idee, wordt vaak gevraagd, 100 jaar levensduur. Maar als je kijkt naar alle bruggen in Nederland, niks na niks.

Heel veel dingen liggen er niet 100 jaar. En dat komt omdat de behoefte verandert. Dus er komt ergens een nieuwe woonwijk, of hij moet breder, of er komt zwaarder verkeer overheen.

Dus er is een brug neergelegd van joh, hij moet minimaal 100 jaar. Maar na 30 jaar denken we, oh hij moet eigenlijk toch anders, breder, langer, ergens anders verplaatst. Dus vanuit die gedachten is een ontwerp gemaakt van de circulaire brug.

Van joh, als we hem nou uit blokjes maken, dan kun je hem altijd verplaatsen, verleggen. Alleen kom je dan weer met hele vermarkten. Ga je hem leasen? Ga je hem verkopen? Dat is inderdaad ook.

Dus er komen andere vraagstukken kijken. Alles uit een blokje. Maar er zitten natuurlijk ook heel veel consequenties aan.

Het is een andere business case. En die business modellen verschuiven ook heel erg. Hoe heet het, op de Sterke Lekdijk zie je dat ook.

Ze moeten helemaal nadenken over nieuwe financiële modellen. Omdat de scope door innovatie wordt kleiner, in plaats van groter. En hoe ga je daar dan mee om? En ik moet zeggen, als ik dan puur naar aannemers kijk, de creativiteit in het dingen verzinnen, geniaal oneindig.

Alleen business cases uitrollen en neerzetten, iets minder. Oh jongens, ik heb gewerkt aan die renovatie van die afsluitdijk, samen met Bam en Van Oort. Ik zat in dat brainstorm team voor duurzaamheid.

En we hebben echt super vette ideeën bedacht. En die afsluitdijk moest energie neutraal worden. Dus wij dachten, oh we kunnen energie opwekken met de stroming.

We zoeten zouten met de stroming door de afsluitdijk heen. En uiteindelijk was het van, ja. Maar we hebben gewoon, want er komt het grootste gemaal ter wereld, geloof ik, in die afsluitdijk.

We hebben hem zo gemaakt dat hij bijna nooit aan hoeft. Dus hij kost ook geen energie. Dat is ook een oplossing.

Ja, zeker een oplossing. S, je stak je hand om. We gaan zo richting de afronding.

Ik zou nog uren met jullie willen praten. Gaan we zo denk ik nog wel even doen. Maar wat willen jullie nou nog meegeven? Dus kies zelf een thema op basis van diversiteit, digitalisering of duurzaamheid.

Emile, jij gaat het lekker doen over diversiteit. Nee. Nee, maar kies een thema.

En wat wil je nou de luisteraar echt nog meegeven voor een denk, druk het op het hart. Ik had toch een vraagje eigenlijk aan Nienke. En dat gaat, wat jij zei al, van wat we kunnen ook doen is elektrische uitvoering van projecten.

En ik begrijp een beetje dat dat nu van de grond begint te komen. Ook vanuit stikstof. Waar soms gewoon projecten uitstootvrij aanbesteed worden.

Ik zag al dat er bijvoorbeeld een project waar wij aan gewerkt hadden was een laadplein voor elektrische vrachtwagens bij Geldermals. Omdat daar een dijkversterking uitstootvrij is aanbesteed. Is dit er al? Zijn er echt alle soorten materiaal, al uitstootvrije dingen verkrijgbaar? En ga je er dan komende twee jaar gewoon komen? Omdat die aanbestedingen het vragen.

De praktijk van emissieloos bouwen
Hoe zie jij dat? Ik dacht dat je zei, ga je het kopen? Ja, ik ga het sowieso kopen. Elektrisch materiaal komt er veel meer aan. Maar je hebt gewoon nog niet alles elektrisch.

Niet alles heeft gewoon het vermogen om te elektrificeren. En daarnaast heb je ook nog wel veel dat er nu wel elektrisch materiaal is. Maar dat de accu's vervolgens met een aggregaat opgeladen moeten worden.

Je verplaatst het probleem. Dat vond ik dus wel vet aan dat project wat ik net noemde. Dat was dus bij Geldermals.

Daar zit een dijkversterking. En daar hebben ze een oude afvalberg. En op die afvalberg ligt een zonnepark en een windpark van Betuwe Wind.

En bij dat zonnepark is dus dat laadplein gerealiseerd. En dat is op rijafstand van het daadwerkelijke project. Waar die dijkversterkingen uitgevoerd worden.

Dus gewoon tijdens de lunch gaat dat graafmateriaal daar en naartoe. En dan gaat het aan de stekker voor een uurtje en dan gaan ze vanmiddag zo verder. Maar dan heb je een groot project.

Ik bedoel, als wij nu op een project zitten en ik kom daar vier weken. Dan gaan er helaas geen zonnepanelen en een molen aangelegd worden. Maar de elektrificering komt steeds meer.

Er kan steeds meer, maar er kan nog niet alles. En het opladen is gewoon een probleem. Om genoeg vermogen om accu's op plekken op te laden.

En je bent vaak ook op plekken bezig waar niet alles voorhand is. Gewoon eigenlijk niks. Nienke, heel kort, sorry.

Esmee. Nee, geen probleem. Dit wil ik jullie meegeven.

Ik noem dat de begrenzingen of belemmeringen die je aangeeft. Die zijn best bekend. Maar zie jij dat daar op basis daarvan dat de uitvoeringswijze of aanpakken veranderd worden? Dus dat je bijvoorbeeld niet... Je weet, een type materiaalstuk is niet geëlektrificeerd beschikbaar.

Maar als we deze scope van het werk op een andere manier aanvliegen. Kunnen we het wel aanpakken met kleiner materiaal bijvoorbeeld. Zie je dat gebeuren? Dat ligt een beetje aan de uitvraag.

Als je echt kan scoren op duurzaamheid. Kijk, in the end zijn we ook gewoon een aannemer. En moet je het indienen richting een klant.

En de combinatie van prijs en kwaliteit ga je het werk mee winnen. En als er in de kwaliteitsuitvraag echt om duurzaamheid gevraagd wordt. En niet alleen over materiaal.

Maar ook echt over hoe je het gaat bouwen met type materiaal. Ga je een optimum zoeken. En als dat betekent dat je in plaats van één grote graafmachine.

Twee kleine elektrische kan inzetten. En daardoor een goed plan kan neerzetten. Dan ga je daar over nadenken ja.

Maar het is wel nog steeds, het is duurder. Het is nog niet allemaal voor handen. Je moet gaan investeren in materiaal.

Die niet door elke opdrachtgever gevraagd, gewaardeerd of betaald wordt. Dus je moet ook een stukje vanuit eigen visie denken. Ik ga dit doen.

En waar ga je dan in investeren. Wat kunnen opdrachtgevers, maar ook anderen doen binnen deze branche. Om aannemers te helpen, te ondersteunen hierin.

Nou ik vind wel, als je zegt ik wil iets duurzaam. Vind ik ook dat je moet betalen voor de kosten die dat met zich meebrengt. Voor wat hoort wat.

Ja als jij zegt, ik wil geen uitstoot in de binnenstad. Wat dus een bepaald materieel is een tientje of twintig euro duurder in het uur. Ja dat is dan zo.

Maar het is de vraag, het moet zo goedkoop mogelijk en zo duurzaam mogelijk. Dat vind ik altijd een moeilijke balans. Ik zeg ja als je dan een visie en een ambitie hebt.

Dan moet de aannemer een stukje investeren. En de opdrachtgever een stukje investeren. En wat mogen opdrachtgevers vragen van de aannemer? Creativiteit, kennis, branche kennis.

Dus wat is er voor handen, wat kun je. Medenken en ook wel een stukje investeren. Kijk je gaat niet een materieelstuk voor één werk aanschaffen.

Dus je mag ook wel wat van een aannemer verwachten. Maar niet alles. Ja toch? Samen doen het eigenlijk.

Dat je weer dubbeltje op de eerste rij zit. Dat vind ik altijd zo leuk. Maar aan de andere kant weten we wel dat uitstoot vrij de toekomst is.

En ik hoop wel dat als die stikstofcrisis de bouw iets brengt. Versnel de verduurzaming van het wagenpark. En bouwmaterieel als het dat kan brengen de komende paar jaar.

Het zou wel heel tof zijn. Ja, realistisch en met tempo. Dus als we het nu hebben.

Goeie vraag trouwens Emiel. Over de afronding. Over diversiteit, digitaling of duurzaamheid.

Ik weet dat het voor jullie een uitdaging is. Maar gewoon een goede pak in de eindzin. Dat iedereen denkt dat is echt een lekker eind.

Pien? De uitdaging in het vakgebied. Kan je nog één keer herhalen? Wat wil je weten? Diversiteit. Ik vind dat echt hoor.

Want uiteindelijk als we diverser zijn met elkaar. Worden we ook gewoon duurzamer en beter in digitalisering. Ik vind gewoon alle jongens, meisjes en alles daartussenin.

Ga gewoon iets met techniek doen. Ga met Lego spelen. Laat je inspireren.

En ga de sector in. Ja, en ik haak daar me volledig bij aan. Lekker makkelijk.

Maak de sector diverser door enthousiasme te delen
Maar ook gewoon echt iedereen die nu luistert. Iedereen die gewoon hier rondloopt. Denk bij jezelf nou wat kan ik doen.

Om de bouwwereld diverser te maken. En dat start van kleins af aan. Maar ook gewoon vandaag de dag.

Mooi Pien. En Henke. Emiel.

Jij ook bedankt. Ik denk dat het ook belangrijk is. Wat wij bijvoorbeeld nu doen.

Gewoon enthousiast vertellen over waarom wij enthousiast zijn voor deze sector. En waarom wij het doen. Ik doe dat zelf bijvoorbeeld.

Ik organiseer nu sinds het begin van corona. Elke twee vrijdagen. Of om de vrijdag een energie Twitter vrijdagmiddagborrel.

Waar ik iemand uitnodig om te vertellen over een project. Of over waar hij met zijn werk mee bezig is. En dan komen meestal ongeveer dertig mensen.

Luisteren wat die persoon te vertellen heeft. En dan stellen we die persoon ook nog allemaal vragen. Over waarom die dat doet.

En hoe en wat. Jullie nemen die podcast op. Dit soort initiatieven helpen ook wel gewoon.

Om enthousiasme voor de sector op te wekken. Het enige waar ik er soms af en toe bij nadenk. Over dat we soms de definitie van een bestek of kunstwerk.

Nog even moeten herhalen. Want anders dan waren voor de rest. Dank allemaal voor jullie mooie en waardevolle input.

Maar dan komt het moment dat elk klein kind van vijf weet. Dat een kunstwerk. Niet in de museum hangt.

Maar dat het gewoon buiten staat. En als je ouders vragen. Dek de tafel.

Dat ze dan een. Rwb stekker bij pakken. Staat die post erin of niet? Dat je met een kind er op vakantie gaat.

En over de afsluitdijk rijdt. En dat het kind aan die vader vraagt. Wat is nou jouw visie op de renovatie opgaven.

Als dat gelukt is. Dan nemen we hem weer op vakantie. Ja dat is lekker.

Dankjulliewel.

Nienke Groenewegen, Emiel van Druten en Philine Goldbohm zijn de top 3 winnaars van de CoBouw Young Talent Award. Ze zijn gedreven, creatieve, realistische en oplossingsgerichte sprekers. Duizendpoten met leiderschapspotentieel en met een duidelijke visie op de toekomst van de bouwsector! Dat zijn namelijk het criteria waar je aan moet voldoen om Award binnen te slepen. Ze vertellen over hun visie op de toekomst. Hoe bereiden we nieuw aanstormend talent in de bouwsector voor en hoe inspireren we de rest? Dat gaan we horen!

Samen succesvol

Jouw project met ons

Maak deel uit van dpi

De baan van je leven