Standaardisatie aanbestedingsleidraden zorgt voor structuur, maar beperkt soms de creativiteit die nodig is in EMVI-plannen. In dit opiniestuk reflecteert Rolf de Boer op het spanningsveld tussen beheersing en innovatie.
In aanbestedingsland wint standaardisatie terrein. Opdrachtgevers lijken elkaar steeds vaker op te zoeken in het opstellen van aanbestedingsleidraden, met als doel een gestroomlijnde en vergelijkbare beoordeling van inschrijvingen. Een nobel streven voor een eerlijk en afgewogen resultaat lijkt het, maar waar bedrijven zich bij hun inschrijving juist onderscheidend willen presenteren en laten zien waartoe ze in staat zijn, leidt deze standaardisatie en stroomleiding tot een grijs gemiddelde die ambities en ideeën doodslaat. Want hoe meer we willen beheersen en objectiveren, hoe minder ruimte er overblijft voor creativiteit, scherpte en eigenheid om uit projecten te halen wat er aan potentie in zit.
Wat als open en onderscheidende EMVI-plannen worden teruggebracht tot een vorm van invuloefening? Veel leidraden volgen inmiddels hetzelfde stramien: dezelfde thema’s, dezelfde beoordelingsmodellen, dezelfde verwachtingen over bewijslast. Wat bedoeld is als kwaliteitsbeoordeling, voelt in de praktijk vaak als het vullen van vooraf uitgestippelde patronen. Creatieve voorstellen verliezen hun scherpte als ze in exact hetzelfde format moeten passen als alle andere. En waar ruimte ontbreekt om in te zoomen op projectcontext en specifieke risico’s, ontstaat een eenheidsworst van maatregelen en bijlagen.
Niet voor niets ervaren marktpartijen de leidraad als keurslijf. Niet alleen in traditionele RAW-aanbestedingen. Ook de inzet van bouwteams die vaak gezien wordt als de manier om creativiteit en samenwerking te bevorderen, biedt geen garantie. Sterker nog: als in het bouwteam de grenzen en verwachtingen al in de aanbestedingsfase zijn vastgelegd, blijft er weinig over voor eureka-effecten. Bouwteams bieden pas echt toegevoegde waarde als partijen samen mogen ontwerpen, onderzoeken en ontwikkelen maar dan moet dan wel de deur voor worden opengezet.
Standaardisatie is niet alleen nadelig voor opdrachtnemers die zich willen onderscheiden. Het is minstens zo’n gemiste kans voor opdrachtgevers. Want voorspelbaarheid in het aanbestedingsproces garandeert geen voorspelbaarheid in de uitvoering. Integendeel: in een poging om risico’s uit te sluiten, wordt het denkvermogen van marktpartijen beperkt. Terwijl juist daar de kennis zit om projecten slimmer, duurzamer en efficiënter te maken.
Door samen scherp te kijken naar de context, door oplossingen niet vooraf te dicteren maar samen te ontwikkelen, en door vertrouwen te stellen boven voorspelbaarheid op papier. In een tijd waarin innovatie, duurzaamheid en samenwerking steeds belangrijker worden, is het goed om ons af te vragen of onze aanbestedingspraktijk deze ambities nog wel ondersteunt. Of we werkelijk de beste ideeën naar boven halen. En of we de creativiteit van de markt benutten en beheersen. Wie alleen vraagt om voorspelbare antwoorden, krijgt zelden verrassende oplossingen.
De oplossing zit niet in het loslaten van alle kaders, maar in het bewust kiezen welke kaders nodig zijn en waar ruimte mag ontstaan. Door aanbestedingen minder te benaderen als toetsmoment en meer als startpunt van een inhoudelijk gesprek. Door doelstellingen scherper te formuleren dan oplossingen, door ruimte te laten voor eigen accenten en door marktpartijen uit te nodigen hun denkkracht te laten zien in plaats van hun formatvaardigheid. Dat vraagt om vertrouwen en om durf en een zekere mate van onzekerheid te accepteren. Juist daar ontstaat waarde.
Want wie ambities serieus neemt, moet ook ruimte geven aan ideeën. En wie verrast wil worden, moet bereid zijn om andere vragen te stellen.